Vanmorgen in alle drukte naar mijn werk gegaan. Een rit van 30 km in anderhalf uur. File, file en nog eens file en dan rij je echt in een sukkeldrafje. Op een gegeven moment hoorde ik een piepje achter in de bak. Bij elke omwenteling van het wiel kwam die piep weer. Als de snelheid iets werd opgevoerd kreeg ik een kakofonie van gepiep die me deed denken aan een voliére vol met kanaries.
Ahh, er loopt iets aan. Vermoedelijk een remtrommel ofzo. Midden op de snelweg kan je dan ook niet stoppen als het verkeer eindelijk weer een beetje op gang komt. Door naar mijn werk dan maar. Daar aangekomen een parkeerplaatsje gezocht en ben ik alle wielnaven afgegaan en met de hand even gevoeld naar de warmte.
Bingo, rechtsachter is gloeiend heet. Oje, wat nu… Toch door naar het werk en op internet zoeken wat het euvel zou kunnen zijn.
’s Middags een kennis gebeld die voor mij bij dit soort zaken altijd weer een redder in Nood is. “Nee hoor, dat is niet je wielnaaf. Even de krik eronder, opkrikken en dan aan het wiel draaien. Als hij vast zit, dan is het je rem. Kijken of hij rond draait en dan rustig naar huis rijden en dan daarna kijken we hem wel na”. Ik moest tenslotte ook weer naar huis. Zo gezegd, zo gedaan. Krik eronder, aan het wiel draaien en ik wist het. Het draaien gaf geen weerstand, dus ik kon naar huis rijden.
Op weg naar huis weer in de file gemengd en weer het stuk van 30 km in anderhalf uur gereden (balen). Thuis aangekomen gelijk weer de wielnaaf gevoeld, en…. Niet heet, maar de gewone temperatuur. En onderweg was ik die voliére ook kwijt.
Helaas had ik vanavond geen tijd om hem na te kijken. Maar dit karweitje staat nu wel hoog op mijn lijstje.