Tijdens de koude oorlog (dienstplichttijd) maakte de wielverkenningsploeg deel uit van het verkenningspeloton van een tank- en pantserinfanteriebataljon. In het gevecht trad het peloton doorgaans niet als peloton op, maar gesplitst in een meer beweeglijk optredend deel, de verkenningsgroep en een meer statisch optredend deel, de radargroep.

010

Het verkenningspeloton
Het verkenningspeloton (eind jaren 80, begin jaren 90) bestond uit de volgende groepen (zie foto):

1. De commandogroep met daarin
– de pelotonscommandant (pc) met landrover 3/4 ton met chauffeur,
– de opvolgend pelotonscommandant (opc) met een landrover 3/4 ton met chauffeur en
– 1 motorrijder/verkenner met motorrijwiel (Moto Guzzi).

2. De verkenningsgroep, die bestond uit twee wielverkenningsploegen.
Elk wielverkenningsploeg bestond uit twee landrovers 3/4 ton met MAG op affuit met bemanning.

3. De radargroep, die bestond uit 2 radarploegen met
– ieder een pantserrupsradarvoertuig YPR-765 met bemanning en een radarinstallatie ZB-298

De verkenningsgroep
De verkenningsgroep kon snel over de wegen verplaatst worden en had tevens enige terreinvaardigheid. De groep beschikte over wapens die voor de nabijbeveiliging dienden en waarmee ongepantserde doelen en personeel tot ongeveer 600 meter en gepantserde doelen tot ongeveer 200 meter effectief onder vuur genomen konden worden.

De radargroep
De radargroep kon met de pantserrupsvoertuigen ook buiten de wegen opgetreden. De pantsering bood bescherming tegen vijandelijk vuur van lichte wapens, tegen scherfwerking van artillerie- en mortiergranaten en tegen de uitwerking van nucleaire- en chemische stijdmiddelen.
De groep beschikte over radarapparatuur waarmee zowel bij dag als onder omstandigheden van verminderd zicht bewegende doelen konden worden opgespoord. De apparatuur had een meetbereik van 50-9995 meter.

Passieve en actieve nachtzienapparatuur met een beperkt afstandbereik maakte het optreden van het peloton onder omstandigheden van verminderd zicht mogelijk.